Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. P. Putters, voorzitter van de raadkamer in zijn strafzaak, stellende dat hij geen eerlijk proces kreeg en zijn rechten werden geschonden. Het verzoek werd mondeling ingediend tijdens een zitting op 9 november 2023 en nader toegelicht op 16 november 2023.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat verzoeker geen concrete feiten had aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter konden onderbouwen. De vermeende schendingen van het eerlijk proces en het beletten van het opgeven van het feitelijke verblijfadres werden niet als voldoende zwaarwegende aanwijzingen gezien.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Omdat dergelijke omstandigheden ontbraken, werd het verzoek afgewezen. De beslissing werd op 28 november 2023 openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.