De rechtbank Rotterdam heeft op 31 oktober 2023 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een jong kind voor de duur van twaalf maanden. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht dit vanwege de kwetsbaarheid van het kind en de onstabiele thuissituatie, ondanks eerdere hulpverlening.
De moeder, primaire verzorger, vertoont positieve stappen maar heeft in het verleden hulpverlening gemeden en worstelt met stressfactoren zoals de aanstaande bevalling en een nieuwe woonsituatie bij haar schoonouders. De vader kampt eveneens met geestelijke en lichamelijke problematiek. Het kind groeit op met een negatief vaderbeeld en heeft een medische indicatie voor kinderopvang.
De rechtbank acht de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd en oordeelt dat de hulpverlening onder een gedwongen kader moet blijven voortduren. De moeder moet blijven meewerken aan gespecialiseerde hulpverlening, die volgens het NIKA-onderzoek noodzakelijk is, maar nog niet volledig wordt gevolgd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.