ECLI:NL:RBROT:2023:12293
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning kamerbewoning en last onder dwangsom in Rotterdam
Eiser, eigenaar van een woning in Rotterdam-Kralingen, vroeg een vergunning aan voor kamerbewoning door maximaal zes personen. Het college weigerde deze vergunning op grond van het criterium dat de kamerbewoning geen positieve invloed zou hebben op het woonmilieu en de leefbaarheid, mede vanwege eerdere klachten over geluidsoverlast in de buurt.
Daarnaast legde het college een last onder dwangsom op wegens overtreding van de Huisvestingsverordening 2021, omdat de woning zonder vergunning werd gebruikt voor kamerverhuur aan meer dan twee personen die geen huishouden vormden. Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder strijd met rechtszekerheid, onredelijke dwangsomhoogte en het bestaan van een woongroep.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht de datum van de vergunningaanvraag heeft gehanteerd, dat het voorbereidingsbesluit slechts aanleiding gaf tot een indringender toetsing binnen de beoordelingsruimte van het college, en dat het college voldoende gemotiveerd heeft dat niet aan het criterium van positieve invloed is voldaan. Ook is de vergunningplicht terecht toegepast en is de dwangsom proportioneel.
De rechtbank wijst de beroepen af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het belang van het behoud van woonmilieu en leefbaarheid en de noodzaak van vergunningen voor kamerverhuur in schaarstegebieden.
Uitkomst: De beroepen tegen het weigeren van de vergunning en het opleggen van de last onder dwangsom worden ongegrond verklaard.