De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 november 2023 een zaak betreffende het ouderlijk gezag, de zorgregeling en kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2019. De vrouw oefende tot dan toe het ouderlijk gezag alleen uit en de minderjarige woonde bij haar. De man verzocht gezamenlijk gezag toe te wijzen, hetgeen de vrouw niet betwistte. De rechtbank kende het gezamenlijk gezag toe omdat dit niet in strijd was met het belang van het kind.
Partijen bereikten overeenstemming over de zorgregeling, waarbij de minderjarige om de veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de man verblijft, met aanvullende doordeweekse dagen in overleg. De vakanties worden in onderling overleg verdeeld. De rechtbank bevestigde deze regeling als passend in het belang van het kind.
De vrouw verzocht een kinderalimentatie van €373,76 per maand, maar faalde in het voldoende onderbouwen van de behoefte van het kind en haar draagkracht. De man bood tijdens de zitting aan om €50 per maand te betalen. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw af wegens gebrek aan stellingen en onderbouwing, maar stelde de alimentatie vast op het bedrag van het aanbod van de man.
Tot slot bepaalde de rechtbank dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag door een advocaat.