Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[persoon01] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 oktober 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de akte na tussenvonnis van [persoon01] ;
- de akte na tussenvonnis van Woonbron.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert huurder [persoon01] schadevergoeding van verhuurder Woonbron vanwege gevolgschade door lekkages in de gehuurde woning. De kantonrechter wijst een bedrag van €2.618,- toe, waarbij een eerdere vergoeding voor jaloezieën en laminaat niet wordt vergoed wegens ontbreken van bewijs.
Daarnaast wordt Woonbron veroordeeld om binnen vier weken de lekkages te herstellen. Bij niet-naleving geldt een dwangsom van €100,- per dag tot een maximum van €5.000,-. De wettelijke rente over de schadevergoeding wordt toegewezen vanaf 16 januari 2023, de datum waarop de huurder zijn claim indiende.
De proceskosten worden grotendeels aan Woonbron opgelegd, vastgesteld op €1.069,14, met een gedeeltelijke eigen bijdrage van de huurder wegens het hogere gevorderde bedrag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vorderingen van Woonbron in reconventie worden afgewezen.
Uitkomst: Woonbron moet €2.618,- schadevergoeding betalen, lekkages binnen vier weken herstellen en proceskosten vergoeden.