Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers waarbij 2,57% van de totale schuldenlast van circa €38.771,55 wordt betaald. Achttien van de negentien schuldeisers stemden in met dit akkoord, slechts Flitsmeister weigerde. Verzoekster heeft een Ziektewetuitkering en aanvullende Participatiewet-uitkering en is medisch niet in staat te werken, met ontheffing van sollicitatieplicht tot november 2024.
De rechtbank stelt vast dat het akkoord is gebaseerd op de NVVK-norm en is getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam. Het voorstel is goed gedocumenteerd en het aangeboden percentage is het maximale dat verzoekster redelijkerwijs kan betalen. De rechtbank weegt het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan dat van Flitsmeister, die slechts een klein aandeel van 0,6% van de schuldenlast heeft.
De rechtbank beveelt Flitsmeister om in te stemmen met de schuldregeling en veroordeelt haar in de proceskosten, die nihil zijn vanwege het ontbreken van griffierecht en advocaatkosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat deze regeling minder oplevert voor schuldeisers en de uitkering pas aan het einde plaatsvindt. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.