ECLI:NL:RBROT:2023:12369
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs benadeling schuldeisers
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar. De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar niet aan zijn informatieplicht had voldaan door onjuistheden te verstrekken over zijn betrokkenheid bij de onderneming van zijn broer.
De schuldenaar ontkende mede-eigenaar te zijn en verklaarde slechts onbezoldigd te hebben geholpen. De rechtbank overwoog dat hoewel de schuldenaar tijdens de omzettingszitting onvolledige informatie gaf, niet kon worden vastgesteld dat zijn intentie om bij zijn broer in dienst te treden onjuist was of dat hij schuldeisers had benadeeld.
Verder bleek dat de schuldenaar sinds 1 mei 2022 een dienstbetrekking bij een derde heeft, die hij fulltime en voor onbepaalde tijd vervult. De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten waren die tussentijdse beëindiging rechtvaardigen en wees het verzoek af.
Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs van benadeling schuldeisers.