ECLI:NL:RBROT:2023:12386
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde vaststelling en afwijzing immateriële schadevergoeding
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van een galerijflat in Ridderkerk, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld op €219.000,- en pleit voor een waarde van €205.000,-. De rechtbank beoordeelt de waardering, waarbij verweerder voldoende inzicht geeft in de gehanteerde KOUDV-factoren en vergelijkingsobjecten. De voorzieningen en het onderhoud van de onroerende zaak zijn volgens de rechtbank adequaat meegenomen, ondanks dat deze enigszins gedateerd zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door een waardematrix en vergelijkingen met verkooptransacties van vergelijkbare woningen. De door eiser aangedragen vergelijkingsobjecten zijn door verweerder terecht niet meegenomen, omdat deze minder representatief zijn.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep overschreden. Eiser verzoekt om immateriële schadevergoeding, maar de rechtbank wijst dit af omdat eiser de vordering voor vergoeding bij voorbaat heeft overgedragen aan een derde partij. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.