ECLI:NL:RBROT:2023:12387

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
3 januari 2024
Zaaknummer
10687223 CV EXPL 23-24201
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 7:248 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsregeling en voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens huurachterstand

F&M Steigerbouw B.V. huurt een loods van eiseres, maar heeft een huurachterstand opgebouwd van €3.904,80. Tijdens de mondelinge behandeling is een betalingsregeling getroffen waarbij F&M de achterstallige huur in termijnen betaalt en vanaf januari 2024 de huur weer tijdig moet voldoen.

De rechtbank oordeelt dat indien F&M zich niet aan deze regeling houdt, de huurovereenkomst ontbonden wordt en F&M de bedrijfsruimte moet ontruimen. Tevens moet F&M rente betalen over openstaande bedragen en een gebruiksvergoeding verschuldigd zijn tot ontruiming.

De rechtbank veroordeelt F&M tot betaling van de achterstallige huur, proceskosten en stelt de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk in. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Betalingsregeling voor huurachterstand vastgesteld met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10687223 CV EXPL 23-24201
datum uitspraak: 24 november 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01] ,die handelt onder de naam
[handelsnaam01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. A. Heida,
tegen
F&M Steigerbouw B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam01] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘F&M’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 28 augustus 2023, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de brief van de gemachtigde van [eiseres01] van 19 oktober 2023, met een bijlage.
1.2.
Op 26 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam02] samen met haar dochter, een tolk en de gemachtigde van [eiseres01] , alsmede de heer [naam01] en zijn vader.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
F&M huurt een loods van [eiseres01] in het pand aan de [adres01] in Rotterdam en heeft de huur niet op tijd betaald. [eiseres01] wil dat F&M de huurachterstand en de lopende huur betaalt. [eiseres01] wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat F&M vertrekt uit de bedrijfsruimte.
2.2.
F&M moet de huurachterstand en de lopende huur inderdaad betalen. Voor de achterstand hebben partijen tijdens de mondelinge behandeling een betalingsregeling afgesproken. Als F&M zich niet houdt aan die regeling of vanaf nu tijdens de aflosperiode de huur weer niet op tijd betaalt, eindigt de huurovereenkomst en moet F&M de bedrijfsruimte verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Schuld
2.3.
Partijen zijn het erover eens dat de schuld van F&M aan [eiseres01] op het moment van de mondelinge behandeling € 3.904,80 was (2 maanden × € 1.952,40, de huidige huurprijs per maand). Dit bedrag is gebaseerd op de huur tot en met de maand oktober 2023.
Betalingsregeling
2.4.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling een betalingsregeling afgesproken. Dat betekent dat F&M de huurachterstand niet in één keer aan [eiseres01] hoeft te betalen, zolang zij zich aan de regeling houdt en vanaf januari 2024 de huur op tijd betaalt (telkens voor de eerste van de maand).
2.5.
Partijen hebben het volgende afgesproken.
F&M betaalt uiterlijk 30 november 2023 de huur over de maanden september, oktober en november 2023, zijnde een totaalbedrag van € 5.857,20 aan [eiseres01] (3 × € 1.952,40). De huur over de maand december 2023 moet uiterlijk 15 december 2023 zijn voldaan. Vanaf januari 2024 moet F&M de huur weer uiterlijk op de eerste dag van de betreffende maand betalen. F&M wordt veroordeeld om voornoemde bedragen aan [eiseres01] te betalen.
Ontbinding en ontruiming als F&M zich niet aan de betalingsregeling houdt
2.6.
De rechter mag een huurovereenkomst alleen ontbinden als de huurachterstand ernstig genoeg is en moet daarbij alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [1]
2.7.
Inmiddels heeft F&M (in oktober 2023) diverse aflossingen gedaan, maar ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bestond er een aanzienlijke huurachterstand van meerdere maanden. Gelet op alle omstandigheden in deze zaak en de afspraken die partijen met elkaar hebben gemaakt, wordt de gevraagde ontbinding toegewezen als F&M zich niet houdt aan de betalingsregeling (zie rechtsoverweging 2.5.). F&M moet dan ook rente betalen over het totale bedrag dat op dat moment open staat. Als de huurovereenkomst eindigt moet F&M een gebruiksvergoeding van € 1.952,40 per maand betalen tot en met de maand waarin zij de bedrijfsruimte met al haar spullen heeft verlaten (artikel 7:225 BW Pro). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels als voor het verhogen van de huur (artikel 7:248 BW Pro).
Proceskosten
2.8.
Partijen hebben met elkaar afgesproken dat F&M het griffierecht van € 693,00 en de dagvaardingskosten van € 133,05 aan [eiseres01] moet betalen. Dit is totaal € 826,05. Voor het overige worden de proceskosten gecompenseerd. Dat betekent dat partijen verder ieder de eigen proceskosten betalen.
uitvoerbaarheid bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt F&M om uiterlijk 30 november 2023 € 5.857,20 aan [eiseres01] te betalen;
3.2.
veroordeelt F&M om uiterlijk 15 december 2023 € 1.952,40 aan [eiseres01] te betalen;
3.3.
veroordeelt F&M om € 826,05 aan griffierecht en dagvaardingskosten aan [eiseres01] te betalen;
3.4.
compenseert de overige proceskosten, in die zin dat partijen verder ieder de eigen proceskosten dragen;
3.5.
bepaalt dat [eiseres01] de hiervoor genoemde bedragen niet kan opeisen zolang F&M zich aan bovenstaande betalingsregeling houdt;
en, als [eiseres01] een (aflossings)termijn niet of te laat betaalt:
3.6.
bepaalt dat F&M het bedrag dat op dat moment open staat direct in één keer aan [eiseres01] moet betalen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf dat moment tot de dag dat volledig is betaald;
3.7.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag nadat F&M de aflossing niet op tijd heeft betaald en veroordeelt F&M om binnen 14 dagen na die datum de bedrijfsruimte aan de [adres01] in Rotterdam te ontruimen en de sleutels bij [eiseres01] in te leveren;
3.8.
veroordeelt F&M aan [eiseres01] te betalen € 1.512,50 per maand, met de verhoging die is toegestaan, met ingang van de maand januari 2024 tot en met de maand waarin de bedrijfsruimte is ontruimd;
3.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.10.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.
43416

Voetnoten

1.Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810