Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 mei 2023, met bijlagen;
- het antwoord;
- de spreekaantekeningen van mr. E. Wesselink.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Havensteder en een huurder over de ontbinding van een huurovereenkomst van een woning in Rotterdam. Havensteder vordert ontbinding en ontruiming omdat de huurder zijn hoofdverblijf niet in de woning zou hebben en de woning zonder toestemming heeft onderverhuurd. Tevens eist zij betaling van de inkomsten uit onderverhuur.
De huurder betwist de vorderingen en voert persoonlijke omstandigheden aan, waaronder misbruik door zijn ex-partner die zijn bankrekeningen beheerde. Hij heeft echter geen concreet bewijs aangeleverd ter ondersteuning van zijn stellingen, zoals aangifte tegen de ex-partner of verklaringen van deskundigen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden. De huurder heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij zijn hoofdverblijf niet in de woning heeft en dat hij de woning heeft onderverhuurd. De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet de woning binnen 14 dagen verlaten en € 15.725,00 met rente aan Havensteder betalen. Tevens wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet binnen 14 dagen ontruimen en € 15.725,00 met rente betalen.