Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan zeventien schuldeisers, waarbij twaalf schuldeisers instemden en vier schuldeisers weigerden mee te werken. De regeling voorziet in een betaling van 11,08% aan preferente en 5,54% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op haar arbeidsongeschiktheid en afloscapaciteit.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel goed onderbouwd en getoetst is door een onafhankelijke deskundige en dat verzoekster geen inkomen boven haar huidige WAO-uitkering kan verwerven. De weigering van de vier schuldeisers, die slechts 5,2% van de totale schuld vertegenwoordigen, weegt niet op tegen de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers.
De rechtbank wijst het verzoek toe, beveelt de vier schuldeisers in te stemmen met de regeling en veroordeelt hen in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat oplevert. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.