Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 20 maart 2023;
- het verweerschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 20 november 2023;
- het bericht met bijlagen van de man van 5 april 2023;
- het bericht van de GI van 22 november 2023.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam03].
2.De vaststaande feiten
- één weekend per veertien dagen van vrijdag 17:00 tot zondag 18.00 uur;
- één keer per week op een in onderling overleg te bepalen dag en tijdstip;
- drie aaneengesloten weken in de zomervakantie;
- afwisselend jaarlijks de voorjaars- en herfstvakantie;
- de kerstdagen en jaarwisseling in de even jaren;
- de eerste week van de meivakantie in de even jaren;
- de verjaardagen van de minderjarigen in de even jaren.
3.De beoordeling
- primair: wijziging van de beschikking van 28 september 2016, in die zin dat hij belast wordt met het eenhoofdig gezag over de minderjarige [minderjarige01 ], alsmede te bepalen dat hij met het eenhoofdig gezag wordt belast over de minderjarige [minderjarige02]. Daarnaast verzoekt hij de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen te bepalen bij hem;
- subsidiair: hem met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift gezamenlijk met de vrouw te belasten met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige02], alsmede wijziging van de beschikking van 28 september 2016, in die zin dat hij gezamenlijk met de vrouw wordt belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige01 ]. Daarnaast verzoekt hij de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen te bepalen bij hem en een zorgregeling te bepalen met de vrouw,
- primair: veroordeling van de vrouw tot nakoming van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 16 december 2022, in die zin dat de daarin onder rechtsoverweging 4.1. vastgestelde omgangsregeling wordt nagekomen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag, of een deel daarvan, met een maximum van € 10.000,- voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw daarmee in gebreke blijft;
- meer subsidiair: te bepalen dat als de vrouw na het verbeuren van de maximale dwangsom de omgangsregeling niet nakomt of frustreert, lijfsdwang op te leggen van een dag hechtenis voor iedere keer dat zij de omgangsregeling niet nakomt of frustreert.