ECLI:NL:RBROT:2023:12490
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Hendrik-Ido-Ambacht
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2020, gesteld op €490.000,-. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een niet-ontvankelijk verklaard beroep, dat later door verzet werd heropend, behandelde de rechtbank het beroep inhoudelijk.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar geen verplichting tot het toezenden van bepaalde stukken had geschonden, aangezien de grondstaffel niet werd gebruikt en het taxatieverslag en KOUDV-factoren wel waren verstrekt. Ook werd het motiveringsbeginsel niet geschonden; de heffingsambtenaar had de waardebepaling voldoende toegelicht en onderbouwd.
Eiser voerde aan dat de waarde te hoog was door onvoldoende rekening te houden met onderhoudstoestand en voorzieningen, maar de rechtbank vond dat de waardematrix en taxatierapport voldoende correcties bevatten en dat eiser dit niet had onderbouwd. De waarde werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €490.000,- wordt ongegrond verklaard.