ECLI:NL:RBROT:2023:12702

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
23 januari 2024
Zaaknummer
C/10/668094 / JE RK 23-2571
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens bedreiging ontwikkeling

De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht op 2 november 2023 om een ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2010, 2015 en 2017, die bij hun vader wonen. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. Tijdens de mondelinge behandeling op 22 december 2023, waarbij de kinderrechter met het oudste kind sprak, werd duidelijk dat hoewel de ouders welwillend zijn en het beste voor hun kinderen willen, zij onvoldoende grip hebben op de opvoeding en de tips die zij ontvangen niet kunnen vasthouden.

De gezinsvoogdij-instelling (GI) onderschreef het verzoek en gaf aan dat er een contactpersoon beschikbaar is en spoedig een vaste jeugdbeschermer zal worden aangesteld. De moeder verzette zich niet tegen het verzoek en richtte zich op de toekomst, terwijl de vader eveneens geen verzet voerde en openstond voor hulpverlening, ook met betrekking tot omgangsregelingen.

De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan, omdat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken. Daarom werd de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden toegewezen, met ingang van 22 december 2023 tot 22 december 2024, en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de drie minderjarige kinderen onder toezicht van de Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor twaalf maanden wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/668094 / JE RK 23-2571
Datum uitspraak: 22 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[kind01 ],
geboren op [geboortedatum01] 2010 in [geboorteplaats01], hierna te noemen [kind01 ],
[kind02],
geboren op [geboortedatum02] 2015 in [geboorteplaats02], hierna te noemen [kind02],
[kind03],
geboren op [geboortedatum03] 2017 in [geboorteplaats03], hierna te noemen [kind03].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam01],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01],
advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam,
[naam02],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats02],
advocaat mr. F. Pool te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 november 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam03];
- een vertegenwoordigster van de GI, te weten [naam04].
1.3.
De kinderrechter heeft [kind01 ] naar haar mening gevraagd. [kind01 ] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [kind01 ] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind01 ], [kind02] en [kind03].
2.2.
[kind01 ], [kind02] en [kind03] wonen bij hun vader.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind01 ], [kind02] en [kind03] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
Ter zitting heeft de Raad het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. Gezien wordt dat de ouders welwillend zijn als zij weten wat er van hen wordt verwacht en dit duidelijk wordt aangegeven. Voor de ouders ligt de lat vaak te hoog. Het is geen onwil van de ouders, maar de ouders krijgen geen grip op de opvoeding van [kind01 ], [kind02] en [kind03]. Eerder hebben de ouders tips gekregen, maar er wordt gezien dat de ouders het moeilijk vinden dit vast te houden. Tijdens de ondertoezichtstelling gaan de ouders in gesprek over de opvoeding van [kind01 ], [kind02] en [kind03].

4.De standpunten

4.1.
Ter zitting heeft de GI aangegeven zich te kunnen vinden in het verzoek van de Raad. Op dit moment is er een contactpersoon beschikbaar. De GI hoopt dat er op korte termijn een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is.
4.2.
Door en namens de moeder is het volgende aangevoerd. Het is de vierde keer dat er wordt verzocht om een ondertoezichtstelling. De moeder wil zich richten op de toekomst en niet kijken naar het verleden. De moeder wil het beste voor de kinderen.
4.3.
Door en namens de vader is geen verzet gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Ondanks dat de ouders bereidwillig zijn, is het vrijwillig kader ontoereikend gebleken. De vader heeft tot op heden altijd meegewerkt aan de hulpverlening en staat hiervoor open. De vader staat een omgang tussen de moeder en [kind01 ], [kind02] en [kind03] niet in de weg. Hij zou graag hulp willen om deze omgangsmomenten te kunnen vastleggen.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [kind01 ], [kind02] en [kind03] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Gebleken is dat de ouders weliswaar veel van hun kinderen houden en welwillend zijn, maar dat hulpverlening in het vrijwillig kader ontoereikend is gebleken. De ouders doen hun best en willen het beste voor [kind01 ], [kind02] en [kind03]. Maar het lukt de ouders onvoldoende om de tips die zij krijgen ook daadwerkelijk uit te voeren en vast te houden. De komende periode zal er vanuit de GI iemand meekijken bij het gezin zodat er handvatten kunnen worden gegeven voor de opvoeding en er duidelijkheid en structuur wordt gecreëerd voor [kind01 ], [kind02] en [kind03]. De ouders verdienen een compliment dat zij inzien wat nodig is voor de kinderen, zij hebben zich daarbij ook niet verzet tegen het verzoek van de Raad. Gezien voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de Raad toewijzen.
5.2.
De kinderrechter zal daarom [kind01 ], [kind02] en [kind03] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [kind01 ], [kind02] en [kind03] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 22 december 2023 tot 22 december 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 3 januari 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.