Eiseres, werkzaam als schoonmaakster voor 18,8 uur per week, ontving sinds 1 maart 2021 een WW-uitkering en meldde zich ziek met long- en psychische klachten. Verweerder verklaarde haar per 19 april 2021 weer arbeidsgeschikt, maar eiseres betwistte dit en startte bezwaar en beroep.
De verzekeringsarts onderzocht eiseres en concludeerde dat zij geschikt was voor haar functie, mede gebaseerd op een arbeidsdeskundig onderzoek en medisch dossier. Eiseres stelde echter dat haar psychische klachten, waaronder borderline en PTSS, onvoldoende waren meegewogen. Nieuwe medische stukken werden overgelegd, maar de verzekeringsarts handhaafde zijn standpunt.
De rechtbank oordeelt dat het medisch oordeel onvoldoende gemotiveerd is, met name ten aanzien van de psychische klachten en diagnoses. De verzekeringsarts heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze klachten niet leiden tot ongeschiktheid. De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid het gebrek te herstellen binnen acht weken en houdt verdere beslissing aan tot einduitspraak.