ECLI:NL:RBROT:2023:12872

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
21 februari 2024
Zaaknummer
C/10/669422 / JE RK 23-2720
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onder toezichtstelling van twee minderjarige kinderen wegens verstoorde thuissituatie en opvoedproblemen

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [kind01] en [kind02], vanwege een onhoudbare thuissituatie en zorgen over hun welzijn. De moeder en (stief)vader hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen, die bij hen wonen. De situatie kenmerkt zich door conflicten, een verstoorde relatie tussen [kind01] en de (stief)vader, en problematisch gedrag van [kind01], waaronder weglopen van huis en politiecontact.

Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de standpunten van de Raad, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, de moeder en de (stief)vader besproken. De moeder erkende de problemen en is gestart met hulpverlening, terwijl de (stief)vader zich terughoudend opstelde en de aanwezigheid van camera’s in huis handhaafde uit veiligheidszorgen.

De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro zijn vervuld. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de onveilige en gespannen thuissituatie. De verstoorde onderlinge verhoudingen en het gebrek aan gezamenlijke opvoedingslijn tussen de ouders maken hulpverlening noodzakelijk. Daarom werd een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar uitgesproken, met onmiddellijke uitvoerbaarheid, om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de twee minderjarige kinderen onder toezicht voor de duur van een jaar vanwege ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling en een verstoorde thuissituatie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/669422 / JE RK 23-2720
Datum uitspraak: 29 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[kind01],
geboren op [geboortedatum01] 2009 in [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ), hierna te noemen [kind01] ,
[kind02],
geboren op [geboortedatum02] 2015 in [geboorteplaats02] ( [geboorteland01] ), hierna te noemen [kind02] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam01],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] ,
[naam02],
hierna te noemen de (stief)vader, wonende in [woonplaats02] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 november 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de (stief)vader;
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam03] ;
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam04] .
1.3.
De kinderrechter heeft [kind01] naar haar mening gevraagd. [kind01] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [kind01] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [kind01] .
2.2.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind02] .
2.3.
[kind01] en [kind02] wonen bij de moeder en (stief)vader.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [kind01] en [kind02] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. De thuissituatie is onhoudbaar geworden. Er zijn zorgen over het welbevinden van de kinderen en de ouders. Het is onduidelijk of de moeder met de kinderen bij de (stief)vader zal blijven of zal vertrekken. [kind01] accepteert geen gezag, loopt weg van huis, is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie en is ongemotiveerd voor school. Zij heeft een zeer verstoorde relatie met de stiefvader. De ouders zitten met de opvoeding niet op één lijn. Dit heeft ook impact op [kind02] . De hulpverlening in het vrijwillig kader is onvoldoende van de grond gekomen. Het is belangrijk dat er hulpverlening voor het hele systeem wordt ingezet, zodat de situatie voor alle gezinsleden wordt verbeterd.

4.De standpunten

4.1.
De GI stemt in met het verzoek van de Raad. De situatie is ingewikkeld. De GI is benieuwd of de (stief)vader bereid is om de camera’s in huis weg te halen. De GI zal multisysteem therapie gericht op problematisch seksueel gedrag (MST-PSB) inzetten om de situatie voor de gezinsleden te verbeteren. Er zijn twee vaste jeugdbeschermers beschikbaar. Zij zullen met de ouders in gesprek gaan en kijken naar de mogelijkheden voor een vrouwenopvang voor de moeder en de kinderen en een duidelijke omgangsregeling met de (stief)vader.
4.2.
De moeder is het eens met het verzoek. Er zijn thuis veel ruzies. De (stief)vader wil dat alles op zijn manier gebeurt. Met [kind01] heeft de moeder afgesproken dat zij zich aan de regels moet houden, anders wordt de (stief)vader boos. De moeder vindt het heel erg dat de (stief)vader de kinderen niet gelijkwaardig behandelt. De moeder is onlangs gestart met MST. Het liefst wil de moeder samen met de kinderen vertrekken. De moeder staat op een wachtlijst voor een plek op de vrouwenopvang. De moeder wil dat er rust komt.
4.3.
De (stief)vader heeft ter zitting aangegeven dat hij het jammer vindt dat de moeder met de kinderen wil vertrekken. Het gedrag van [kind01] is niet goed. Het is jammer dat er niet eerder is ingegrepen. De (stief)vader wordt door haar en haar vriendinnen bedreigd. De camera’s blijven daarom in en rondom huis hangen. De (stief)vader heeft besloten zich op afstand te houden. Hij heeft weinig vertrouwen in de ondertoezichtstelling.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.2.
[kind01] en [kind02] worden op dit moment ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. [kind01] laat grensoverschrijdend en zelfbepalend gedrag zien zowel in de thuissituatie, op school als buiten op straat. Zij is al meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. Ook loopt zij weg van huis, verzuimt van school en zijn er vermoedens van risicovol seksueel grensoverschrijdend gedrag. De onderliggende oorzaak van haar gedrag is onduidelijk, maar [kind01] voelt zich afgewezen door de (stief)vader en voelt zich thuis niet veilig. [kind02] ervaart veel last van de ruzies in de thuissituatie en wordt belast met volwassen problemen. Zij is hierdoor bang en angstig.
5.3.
Er zijn al langere tijd zorgen over de veiligheid in de opvoedingssituatie. De onderlinge verhouding tussen de ouders en [kind01] en de (stief)vader is verstoord. De moeder en de (stief)vader zitten niet op één lijn over de opvoeding. De (stief)vader probeert de situatie voor zichzelf onder controle te houden door middel van extreme controlemiddelen, zoals door camera’s in en rondom huis op te hangen. Deze controlemiddelen werken averechts en maken een inbreuk op de privacy van de moeder en de kinderen. Dit geeft hen een onveilig gevoel. De moeder is onmachtig om de situatie te veranderen. Op de zitting is duidelijk geworden dat de moeder ervoor heeft gekozen om weg te gaan bij de (stief)vader om rust voor haar en de kinderen te creëren.
5.4.
Beide ouders hebben last van de huidige situatie en willen de situatie ook veranderen, maar zijn samen niet in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de zorgen weg te nemen. Het is belangrijk dat er dringend hulpverlening komt voor het hele gezin. MST is onlangs gestart. Ook zal er individuele hulpverlening voor de kinderen moeten worden ingezet. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de opvoedingssituatie zo spoedig mogelijk te verbeteren, zicht te houden op de in te zetten hulpverlening en de ontwikkeling van de kinderen te volgen. De kinderrechter zal daarom [kind01] en [kind02] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [kind01] en [kind02] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 29 december 2023 tot 29 december 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2023 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier, en op schrift gesteld op 11 januari 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.