Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- de (stief)vader;
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [kind01] en [kind02], vanwege een onhoudbare thuissituatie en zorgen over hun welzijn. De moeder en (stief)vader hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen, die bij hen wonen. De situatie kenmerkt zich door conflicten, een verstoorde relatie tussen [kind01] en de (stief)vader, en problematisch gedrag van [kind01], waaronder weglopen van huis en politiecontact.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de standpunten van de Raad, de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, de moeder en de (stief)vader besproken. De moeder erkende de problemen en is gestart met hulpverlening, terwijl de (stief)vader zich terughoudend opstelde en de aanwezigheid van camera’s in huis handhaafde uit veiligheidszorgen.
De kinderrechter concludeerde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling volgens artikel 1:255 BW Pro zijn vervuld. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de onveilige en gespannen thuissituatie. De verstoorde onderlinge verhoudingen en het gebrek aan gezamenlijke opvoedingslijn tussen de ouders maken hulpverlening noodzakelijk. Daarom werd een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar uitgesproken, met onmiddellijke uitvoerbaarheid, om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de twee minderjarige kinderen onder toezicht voor de duur van een jaar vanwege ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling en een verstoorde thuissituatie.