Verzoeker diende een klacht in tegen de verplichte zorg en opname die op grond van een crisismaatregel waren opgelegd. Hij stelde dat de zorg onterecht was voortgezet ondanks zijn voorwaardelijke ISD-maatregel en dat er geen sprake was van een psychische stoornis, maar van alcoholintoxicatie.
De rechtbank oordeelde dat de onafhankelijke psychiater een ernstig vermoeden van een psychische stoornis had vastgesteld, waarbij sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De zorgverantwoordelijke had op basis hiervan de verplichte zorg passend en proportioneel ingezet.
De stelling dat de zorg beëindigd had moeten worden vanwege de ISD-maatregel werd verworpen, omdat het psychotisch toestandsbeeld en agressief gedrag de crisismaatregel rechtvaardigden. Ook de toediening van medicatie werd als doelmatig beoordeeld.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk voor een deel van de klacht, wees de overige klachten ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.