De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de moeder om de kinderalimentatie te verhogen, omdat het inkomen van de vader aanzienlijk was gestegen sinds de laatste beschikking. De kinderen wonen bij de moeder, en de vader heeft een nieuw kind met een andere partner. De rechtbank stelde vast dat de vader een hogere draagkracht heeft door een toegenomen winst uit onderneming in 2021 en 2022.
De rechtbank stelde de behoefte van de kinderen vast aan de hand van de gemiddelde winst van de vader over 2021 en 2022, waarbij rekening werd gehouden met het inkomen van de moeder en het kindgebonden budget. De draagkracht van de vader werd berekend op €1.000 per maand, die hij gelijkelijk moest verdelen over zijn drie kinderen. De moeder ontving een uitkering en werd geen draagkracht toegekend.
De rechtbank besloot de kinderalimentatie te verhogen naar €196 per kind per maand met ingang van 24 juni 2022, de datum waarop de moeder de vader verzocht zijn financiële gegevens te overleggen. De bijdrage werd geïndexeerd tot €203 per kind per maand per 1 januari 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot een hogere of andere bijdrage werd afgewezen.