ECLI:NL:RBROT:2023:1369

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 februari 2023
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
10174628 / CV EXPL 22-33541
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende toerekening brandstofdiefstal aan gedaagde

Op 15 januari 2020 heeft een bestuurder van een bestelauto zonder te betalen getankt bij een tankstation. De bestelauto stond op naam van gedaagde. Eiseres, gemachtigd door het tankstation, vorderde betaling van de schade van gedaagde, stellende dat zij de bestuurder was die onrechtmatig handelde.

Gedaagde betwistte dit en stelde dat haar ex-partner de bestuurder was die zonder te betalen vertrok. Zij onderbouwde dit met camerabeelden en omstandigheden rondom verduistering van haar voertuigen. Eiseres heeft dit verweer niet weersproken.

De rechtbank oordeelde dat het onrechtmatig handelen niet aan gedaagde kan worden toegerekend enkel omdat de bestelauto op haar naam stond. Ook ontbrak een nadere toelichting over enig voordeel voor gedaagde. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van SODA wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van toerekening van het onrechtmatig handelen aan gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10174628 / CV EXPL 22-33541
datum uitspraak: 17 februari 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting ServiceOrganisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA),
gevestigd in Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: De Schout Gerechtsdeurwaarders B.V. te Hilversum,
tegen
[gedaagde01],
wonende in [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘SODA’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 28 oktober 2022, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek;
  • de dupliek.

2.De beoordeling

Waar gaat het in deze zaak over?
2.1.
Op 15 januari 2020 heeft de bestuurder van de bestelauto Peugeot Partner met kenteken [kenteken01] (‘de bestelauto’) bij BP Dubbeldam (‘het tankstation’) getankt voor een totaalbedrag van € 8,50, zonder daarvoor te betalen. De bestelauto staat op naam van [gedaagde01] . SODA is door het tankstation gemachtigd om de schade die door het tanken zonder te betalen is ontstaan te verhalen.
Wat wil SODA in deze zaak?
2.2.
SODA stelt zich in deze zaak op het standpunt dat [gedaagde01] degene is die op 15 januari 2020 als bestuurder van de bestelauto zonder te betalen bij het tankstation heeft getankt. Volgens SODA heeft [gedaagde01] daardoor onrechtmatig gehandeld en daarom moet zij de schade die het tankstation heeft geleden betalen. Die schade bestaat uit € 8,50 aan brandstofkosten en € 131,00 aan forfaitair vastgestelde kosten voor de afhandeling van de brandstofdiefstal, dus in totaal een bedrag van € 139,50. SODA maakt verder aanspraak op de wettelijke rente over de schade en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot wil SODA dat [gedaagde01] de proceskosten en de nakosten betaald.
Wat is het verweer van [gedaagde01] ?
2.3.
[gedaagde01] is het niet eens met de eis van SODA. Zij stelt zich op het standpunt dat niet zijzelf, maar haar ex-partner de heer [naam01] (‘ [naam01] ’) degene is geweest die op 15 januari 2020 bij het tankstation heeft getankt en zonder te betalen weg is gereden. Dit is, volgens [gedaagde01] , ook te zien op de screenshots van de camerabeelden van het tankstation. Rond en tijdens de periode dat [naam01] bij het tankstation heeft getankt zonder te betalen, waren er behoorlijk wat problemen zoals het verduisteren van de auto’s en dreigementen vanuit hem. [gedaagde01] heeft uiteindelijk zelfs aangifte gedaan/moeten doen van verduistering van de twee auto’s die op haar naam stonden. [gedaagde01] heeft verschillende pogingen gedaan om haar auto's terug te krijgen. Volgens de politie moest zij [naam01] verschillende keren de kans geven om de auto(‘s) terug te brengen en dat heeft [gedaagde01] gedaan.
Het oordeel van de kantonrechter: [gedaagde01] hoeft de eis van SODA niet te betalen.
2.4.
De eis van SODA wordt afgewezen. SODA heeft naar aanleiding van het verweer van [gedaagde01] namelijk niet weersproken dat [naam01] degene is geweest die op 15 januari 2020 bij het tankstation heeft getankt en zonder te betalen weg is gereden, zodat dit in deze zaak vaststaat. Daaruit volgt logischerwijs dat niet [gedaagde01] , maar [naam01] onrechtmatig tegenover het tankstation heeft gehandeld. Dat het onrechtmatig handelen desondanks aan [gedaagde01] zou zijn toe te rekenen, heeft SODA onvoldoende onderbouwd. De enkele omstandigheid dat de bestelauto op naam van [gedaagde01] stond, is daartoe onvoldoende. Ook valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien op welke wijze [gedaagde01] voordeel zou hebben genoten van de brandstofdiefstal. Dat SODA voorafgaand aan deze zaak aan [gedaagde01] zou hebben verzocht om aan te geven wie de bestuurder van de bestelauto is geweest die zonder te betalen bij het tankstation heeft getankt, doet - nog los van de vraag of dit daadwerkelijk is gebeurd, aangezien [gedaagde01] dit betwist - aan het voorgaande niet af. SODA had, tot slot, op de door haarzelf in het geding gebrachte screenshots van de camerabeelden van het tankstation kunnen zien dat niet [gedaagde01] maar een man de bestuurder van de bestelauto was ten tijde van de brandstofdiefstal. Dat SODA er desondanks voor heeft gekozen om [gedaagde01] te dagvaarden, komt voor haar rekening en risico.
SODA moet de proceskosten van [gedaagde01] betalen.
2.5.
SODA krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op nihil, omdat [gedaagde01] schriftelijk verweer heeft gevoerd en geen vergoeding voor verletkosten wordt toegekend voor de tijd die is gemoeid met het opstellen van processtukken of het lezen van stukken (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 juni 2019, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2019:993, overweging 2.3.).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis af;
3.2.
veroordeelt SODA in de proceskosten die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
38671