Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 oktober 2022, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek;
- de dupliek.
Rechtbank Rotterdam
Op 15 januari 2020 heeft een bestuurder van een bestelauto zonder te betalen getankt bij een tankstation. De bestelauto stond op naam van gedaagde. Eiseres, gemachtigd door het tankstation, vorderde betaling van de schade van gedaagde, stellende dat zij de bestuurder was die onrechtmatig handelde.
Gedaagde betwistte dit en stelde dat haar ex-partner de bestuurder was die zonder te betalen vertrok. Zij onderbouwde dit met camerabeelden en omstandigheden rondom verduistering van haar voertuigen. Eiseres heeft dit verweer niet weersproken.
De rechtbank oordeelde dat het onrechtmatig handelen niet aan gedaagde kan worden toegerekend enkel omdat de bestelauto op haar naam stond. Ook ontbrak een nadere toelichting over enig voordeel voor gedaagde. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van SODA wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van toerekening van het onrechtmatig handelen aan gedaagde.