Eneco Services B.V. vordert betaling van openstaande facturen en contractuele boetes van gedaagde, die een energiecontract had voor een bedrijfsadres. Gedaagde betwist de vordering deels en stelt dat de huurovereenkomst van het pand eind 2019 is beëindigd en dat meterstanden onjuist zijn.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst tussen partijen bestond en dat gedaagde tot 16 april 2021 moet betalen, omdat Eneco het e-mailbericht van 15 april 2021 als beëindiging van de overeenkomst mocht beschouwen. De meterstanden die Eneco hanteerde zijn gebaseerd op door gedaagde opgegeven standen, waardoor geen onjuistheid is vastgesteld.
Gedaagde heeft de hoofdsom en contractuele boetes niet betwist, waardoor de gevorderde hoofdsom van €1.957,00 wordt toegewezen. De wettelijke handelsrente en proceskosten worden eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.