ECLI:NL:RBROT:2023:1590

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 maart 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
ROT 21/5866
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:91 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechter verklaart bezwaar niet-ontvankelijk en onbevoegd voor schadevergoeding bestuursrechtelijke premie

Het CAK stuurde op 29 maart 2021 een eindafrekening betreffende een bestuursrechtelijke premie aan eiser. Eiser maakte bezwaar tegen deze eindafrekening, maar het CAK verklaarde het bezwaar ongegrond, hoewel het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat tegen besluiten over de verschuldigdheid van bestuursrechtelijke premies geen bezwaar of beroep mogelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk wordt verklaard en dat de bestuursrechter onbevoegd is om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding, omdat de schade niet samenhangt met het bestreden besluit maar met de premie zelf, waartegen geen beroep openstaat. Dit volgt uit de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en eerdere jurisprudentie.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens bepaalt de rechtbank dat het CAK het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: Bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en bestuursrechter is onbevoegd voor schadevergoeding; CAK moet griffierecht vergoeden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/5866
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2023 als bedoeld in artikel 8:54 en Pro 8:91 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en

CAK, verweerder.

Inleiding

1. Het CAK heeft eiser op 29 maart 2021 een eindafrekening gestuurd inzake een nog niet betaalde bestuursrechtelijke premie.
2. Bij besluit van 27 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
3. Hangende het beroep van eiser tegen het bestreden besluit heeft het CAK eiser op 23 december 2021 bericht dat ten onrechte een bestuursrechtelijke premie is ingehouden en dat wat eiser onverschuldigd heeft betaald zal worden teruggestort.
4. Eiser heeft de rechtbank verzocht hem een schadevergoeding toe te kennen wegens onrechtmatig handelen van het CAK.

Beoordeling

5. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.
6. Uit artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak volgt dat tegen een besluit over de verschuldigdheid van een bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan geen beroep kan worden ingesteld. Gelet op artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, kan tegen een dergelijk besluit dan ook geen bezwaar worden gemaakt. Dit betekent dat de bestuursrechter de zaak niet inhoudelijk beoordeelt. Daartoe is alleen de burgerlijke rechter bevoegd (zie ECLI:NL:CRVB:2018:565 en ECLI:NL:CRVB:2022:2315).
7. Wel is de bestuursrechter bevoegd om kennis te nemen van het bestreden besluit, omdat de beslissing op bezwaar van het CAK op rechtsgevolg is gericht (vgl. ECLI:NL:RVS:2019:1823). Hoewel het CAK zich daarbij op het standpunt heeft gesteld dat eiser geen bezwaar kan maken tegen een eindafrekening en evenmin tegen de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie, is het CAK toch inhoudelijk ingegaan op de aangevoerde bezwaargronden en heeft hij het bezwaar ongegrond verklaard. Dit is onjuist. Het CAK had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. Daarom is het beroep kennelijk gegrond. De rechtbank zal alsnog het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren.
8. Uit artikel 8:91, eerste lid, van de Awb volgt dat een verzoek om schadevergoeding kan worden ingediend bij de bestuursrechter waarbij het beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit aanhangig is. De schade die eiser vordert hangt echter niet samen met het onjuiste dictum van het bestreden besluit, maar met de volgens hem ten onrechte opgelegde bestuursrechtelijke premie. Omdat tegen een besluit over de verschuldigdheid van bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan geen beroep kan worden ingesteld, is het gelet op artikel 8:88, tweede lid, van de Awb evenmin mogelijk om in dit verband schadevergoeding te verzoeken bij de bestuursrechter. Daarom zal de bestuursrechter zich onbevoegd verklaren om kennis te nemen van dit verzoek (vgl. ECLI:NL:RBROT:2021:9022).
9. Omdat het beroep gegrond is, zal de rechtbank bepalen dat het CAK het door eiser betaalde griffierecht aan eiser dient te vergoeden.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden besluit;
  • verklaart dat de bestuursrechter onbevoegd is kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding;
  • bepaalt dat het CAK het verschuldigde griffierecht van € 49,- aan eiser vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 1 maart 2023.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.