ECLI:NL:CRVB:2022:2315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke premie en niet-ontvankelijkheid bezwaar wanbetalerzorgverzekeraar
Appellant is door zorgverzekeraar DSW UA aangemeld als wanbetaler wegens het niet betalen van de nominale premie gedurende ten minste zes maanden. Hierdoor werd aan appellant een bestuursrechtelijke premie opgelegd die via inhouding op het ouderdomspensioen wordt geïnd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het CAK verklaarde het bezwaar tegen de aanmelding als wanbetaler niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de wijze van betaling van de bestuursrechtelijke premie ongegrond. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de Zorgverzekeringswet discriminerend is ten opzichte van intersekse personen en in strijd met het EVRM. De Raad oordeelde dat tegen besluiten over bestuursrechtelijke premies geen beroep mogelijk is en dat dit geen schending van het recht op toegang tot de rechter inhoudt. Tevens faalde het verweer dat de Zvw discriminerend zou zijn, omdat de premie en verzekeringsplicht losstaan van geslacht. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.