Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- de heren [naam 1] en [naam 2], werkzaam bij stichting Fonds de Loods (hierna: Fonds de Loods);
- mr. E-J.W. Griffioen, advocaat van verzoekster;
- mevrouw H. Bakker, gezinsondersteuner.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet, nadat een schuldeiser niet wilde instemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling, gebaseerd op de NVVK-norm, bood circa 11,7% betaling aan concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De schuldbemiddeling was uitgevoerd door Fonds de Loods, die niet valt onder de in artikel 48 lid 1 Wck Pro genoemde bevoegde personen of instellingen.
De rechtbank stelde vast dat artikel 287a lid 7 Fw en artikel 288 lid 2 Fw Pro vereisen dat de schuldbemiddeling wordt uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48 lid 1 Wck Pro. Jurisprudentie bevestigt dat deze bepaling strikt moet worden uitgelegd. Fonds de Loods erkende zelf niet onder deze categorie te vallen. Het feit dat een advocaat later de correspondentie met de schuldeiser overnam, verandert hier niets aan.
Daarom werd het verzoek afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de schuldregeling. De rechtbank benadrukte dat alleen personen of instellingen die expliciet in artikel 48 lid 1 sub b tot Pro en met d Wck zijn genoemd, bevoegd zijn om schuldbemiddeling te verrichten in het kader van een dwangakkoord. Het vonnis werd op 8 februari 2023 uitgesproken door drie rechters van de Rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat de schuldbemiddeling niet is uitgevoerd door een bevoegde persoon of instelling als bedoeld in artikel 48 Wck.