Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet, nadat één schuldeiser, [schuldeiser], niet wilde instemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling was gebaseerd op de NVVK-norm en voorzag in een betaling van 42,1% aan concurrente schuldeisers, gefinancierd door een schenking van Fonds de Loods.
De schuldeiser stelde dat Fonds de Loods niet bevoegd was het voorstel te doen, omdat zij niet viel onder de personen of instellingen genoemd in artikel 48 lid 1 sub b totPro en met d van de Wet op het consumentenkrediet (Wck). De rechtbank bevestigde dat Fonds de Loods niet onder de genoemde categorieën valt en dat de schuldbemiddeling door haar dus niet bevoegd was uitgevoerd.
Hoewel de advocaat van verzoekster het verzoek heeft ingediend en de correspondentie met de schuldeiser heeft overgenomen, doet dit niet af aan de onbevoegdheid van Fonds de Loods als schuldhulpverlener in deze context. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de wettelijke vereisten en moet het worden afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het akkoord.
De rechtbank wees het verzoek tot gedwongen schuldregeling af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen, uitsluitend in te stellen door een advocaat bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek om een gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onbevoegdheid van de schuldhulpverlener.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 februari 2023
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoekster.
1..De procedure
Verzoekster heeft op 18 november 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet (Fw) ingediend om één schuldeiser, te weten:
- [schuldeiser], hierna te noemen: [schuldeiser],
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
[schuldeiser] heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift ingediend.
Ter zitting van 1 februari 2023 zijn verschenen en gehoord:
verzoekster;
[naam 1] en [naam 2], beiden werkzaam bij stichting Fonds de Loods (hierna te noemen: Fonds de Loods);
mr. M.F.M. Abdul, advocaat van verzoekster;
[naam 3], werkzaam bij stichting House of Hope.
De weigerende schuldeiser, [schuldeiser], is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2..Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zeven concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 4.444,87 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van haar schuldhulpverlener Fonds de Loods van 12 april 2022 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 42,1 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar PW-uitkering. Verzoekster heeft medische klachten en is door de uitkerende instantie vrijgesteld van haar sollicitatieverplichting tot en met 24 januari 2024. Verzoekster krijgt maatschappelijke ondersteuning van stichting House of Hope. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door Fonds de Loods ter beschikking gestelde schenking – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd.
Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan. Haar vaste lasten worden op haar uitkering ingehouden en rechtstreeks aan de verhuurder en zorgverzekeraar voldaan.
Fonds de Loods stelt dat zes schuldeisers met de aangeboden regeling hebben ingestemd. [schuldeiser] stemt hier als enige niet mee in. Zij heeft een vordering van € 2.245,17 op verzoekster.
Ter zitting is door Fonds de Loods desgevraagd verklaard dat zij de werkzaamheden om niet heeft uitgevoerd op grond van artikel 48 lid 1 sub a WetPro op het consumentenkrediet (hierna: Wck) en niet valt onder een van de in artikel 48 lid 1 sub b totPro en met d Wck genoemde personen of instellingen. Zij is niet gemandateerd door de gemeente. Mr. Abdul heeft na weigering door verweerster van het aanbod de correspondentie met verweerster in opdracht van Fonds de Loods en verzoekster overgenomen en heeft het verzoek ingediend.
3..Het verweer
In de contacten met Fonds de Loods heeft [schuldeiser] zich op het standpunt gesteld dat Fonds de Loods op grond van art 48 lid 1 WckPro niet bevoegd is het voorstel te doen. Dat vervolgens een advocaat na afwijzing van het voorstel eenzelfde voorstel doet, maakt dit niet anders. Het is voor de bank onduidelijk in hoeverre er sprake is van expertise binnen de organisatie van de schuldhulpverlener en aan welke kwaliteitsnormen wordt voldaan, hetgeen wel duidelijk is bij de partijen die vallen onder artikel 48 lid 1 subPro b t/m d Wck. Het voorstel is daarnaast onvoldoende gedocumenteerd. De bank kan niet beoordelen of het aanbod het maximaal haalbare is. [schuldeiser] stelt zich dan ook op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft [schuldeiser] geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
4..De beoordeling
Artikel 287a lid 7 Fw bepaalt dat een verzoek tot toepassing van een dwangakkoord wordt afgewezen als de schuldbemiddeling niet wordt uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48 lid 1 vanPro de Wck. Op grond van artikel 288 lidPro 2, aanhef en onder b Fw dient een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ook te worden afgewezen indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48 lid 1 vanPro de Wck.
Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie (o.a. ECLI:NL:HR:2010:BN8060) volgt verder dat artikel 48 WckPro strikt moet worden uitgelegd. Alleen de in artikel 48 lid 1 subPro b t/m d Wck genoemde personen en instellingen kwalificeren als persoon of instelling waar artikel 288 lidPro 2, aanhef en onder b Fw en artikel 287a lid 7 Fw op zien.
Ter zitting heeft Fonds de Loods bevestigd dat zij niet onder een van de in artikel 48 lidPro 1 b t/m d Wck genoemde categorieën valt. Het verzoek is weliswaar ingediend door de advocaat van verzoekster, mr. Abdul, maar dat doet aan de onbevoegdheid van Fonds de Loods als schuldhulpverleningsinstantie binnen de context van het voorliggende verzoek niet af. Niet de advocaat van verzoekster maar Fonds de Loods heeft het minnelijke schuldhulpverleningstraject uitgevoerd, namelijk de stabilisatiefase, de berekening van het vrij te laten inkomen en de aflossingscapaciteit, en het aanbod aan de schuldeisers gedaan. Dat de correspondentie met de weigerende schuldeiser vervolgens is overgenomen door een advocaat maakt dat niet anders.
Dit betekent dat de schuldbemiddeling niet door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48 WckPro is uitgevoerd en het verzoek reeds om die reden dient te worden afgewezen. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
5..De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, mr. M.C. Snel-van den Hout en
mr. M. Aukema, rechters, en in aanwezigheid van C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023. [1]