Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:1710

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2023
Publicatiedatum
1 maart 2023
Zaaknummer
19-1361
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 295 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling en verlenging met twaalf maanden

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, ingesteld op basis van niet-naleving van de informatie- en sollicitatieverplichtingen.

De bewindvoerder stelde dat schuldenares gedurende zestien maanden niet voldeed aan haar sollicitatieplicht van 32 uur per week, ondanks haar werkzaamheden in de zorgsector. Schuldenares erkende onvoldoende sollicitaties en beperkte werkuren, maar gaf aan per 9 maart 2023 een dienstverband van 28 uur te hebben aanvaard met uitbreiding naar 32 uur.

De rechtbank constateerde dat de informatieverplichting grotendeels was hersteld, maar dat de tekortkoming in de sollicitatieplicht toerekenbaar was en in beginsel beëindiging van de regeling zou rechtvaardigen. Gezien eerdere waarschuwingen en positieve ontwikkelingen besloot de rechtbank het verzoek tot tussentijdse beëindiging af te wijzen en de regeling met twaalf maanden te verlengen. Schuldenares stemde hiermee in en werd nadrukkelijk gewezen op de noodzaak tot naleving van alle verplichtingen gedurende de verlenging.

Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse beëindiging afgewezen en schuldsaneringsregeling verlengd met twaalf maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
weigering tussentijdse beëindiging en wijziging termijn
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 20 februari 2023
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 oktober 2019 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
[adres]
[woonplaats],
schuldenares,
bewindvoerder: W. Boekelman.

1..De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 10 januari 2023 met dit verzoek ingestemd.
Ter zitting van 13 februari 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • Schuldenares;
  • mevrouw E.A. de Snoo, waarnemend bewindvoerder;
  • de heer J. Perez Herrera, beschermingsbewindvoerder;
  • mevrouw A. Ekkel, advocaat van schuldenares.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..De standpunten

Standpunt bewindvoerder
De bewindvoerder heeft aan zijn voordracht tot tussentijdse beëindiging ten grondslag gelegd dat schuldenares niet heeft voldaan aan de informatieverplichting en met regelmaat niet heeft voldaan aan haar aanvullende sollicitatieplicht over de periode juli 2021 tot en met december 2022. De bewindvoerder stelt dat de tekortkoming in de sollicitatieplicht zestien maanden bedraagt. Nu schuldenares werkzaam is in de zorg, stelt de bewindvoerder zich op het standpunt dat rekening moet worden gehouden met tijdsverlies die de zorg voor meerdere cliënten per dag met zich meebrengt. De bewindvoerder is van mening dat op schuldenares een inspanningsverplichting rust van 32 uur per week, nu zij werkzaam is in de zorg.
Ter terechtzitting heeft de waarnemend bewindvoerder verklaard dat zij kort voor de zitting een aantal bescheiden van de beschermingsbewindvoerder heeft ontvangen, waardoor de informatieverplichting voor een groot deel is hersteld. Thans ontbreken alleen nog de bankafschriften van de beheer- en leefgeldrekening over de maanden november en december 2022.
De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat schuldenares zich wel heeft ingespannen, maar niet voldoende. De bewindvoerder stelt voor het verzoek tot tussentijdse beëindiging af te wijzen en de schuldsaneringsregeling met twaalf maanden te verlengen.
Standpunt schuldenares
Schuldenares betwist niet dat zij gedurende de periode van juli 2021 tot en met december 2021 niet iedere maand 32 uur heeft gewerkt. Zij heeft haar best gedaan om zoveel mogelijk te werken. Zij was werkzaam via een uitzendbureau waar zij een contract aangeboden had gekregen voor 24 uur per week. Daarnaast had zij een dienstbetrekking bij Aafje voor maximaal acht uur per week. Doordat schuldenares niet altijd werd ingedeeld voor werk, lukte het haar niet om 32 uur per week te werken. Zij heeft wel gesolliciteerd maar niet voldoende. Schuldenares heeft ter zitting verklaard met ingang van 9 maart 2023 een dienstbetrekking te hebben aanvaard voor 28 uur per week gedurende de eerste vier maanden, waarna het contract zal worden uitgebreid naar 32 uur per week. Zolang schuldenares niet 32 uur per week werkzaam is, zal zij trachten bij Aafje de ontbrekende uren te werken. Schuldenares gaat akkoord met een mogelijke verlenging van de schuldsaneringsregeling.
Standpunt beschermingsbewindvoerder
De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de bankafschriften van de leefgeldrekening bij de ING Bank zijn opgevraagd. Dit heeft wat langer geduurd, omdat schuldenares haar inloggegevens kwijt was. De thans nog ontbrekende bankafschriften zullen zo spoedig mogelijk aan de bewindvoerder worden verstrekt. De beschermingsbewindvoerder bevestigt dat de sollicitatieverplichting niet goed door schuldenares is nagekomen, maar zij heeft wel haar best gedaan.

3..De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichting is hersteld. De nog ontbrekende bankafschriften zijn opgevraagd zullen na ontvangst door de beschermingsbewindvoerder aan de bewindvoerder worden verstrekt.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenares één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen, aangezien schuldenares een tekortkoming in de sollicitatieverplichting van zestien maanden heeft laten ontstaan. De bewindvoerder heeft verklaard dat zij minder dan 32 uur heeft gewerkt. Schuldenares heeft in de periode juli 2021 tot en met december 2022 niet voldoende aanvullend gesolliciteerd. De rechtbank is van oordeel dat deze tekortkoming toerekenbaar is en beginsel de beëindiging van de regeling zou rechtvaardigen. Daarbij betrekt de rechtbank dat schuldenares vaak en op verschillende manieren is gewezen op de sollicitatieverplichting en de wijze waarop die moet worden nagekomen. Op 2 april 2021 en 27 juni 2022 heeft er ten overstaan van de rechter-commissaris een verhoor plaatsgevonden, waarbij de tekortkoming in de sollicitatieverplichting is besproken. Op 3 augustus 2021 is de regeling ook al met twaalf maanden verlengd vanwege gelijksoortige tekortkomingen.
Tegenover deze tekortkoming staat de positieve ontwikkeling dat schuldenares met ingang van 9 maart 2023 een dienstbetrekking heeft gevonden voor 28 uur per week. Als schuldenares deze baan behoudt, zal het contract na vier maanden worden uitgebreid naar
32 uur per week. Zolang schuldenares niet 32 uur per week werkzaam is, dient zij aanvullend te solliciteren.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek om tussentijdse beëindiging van de regeling af te wijzen en in plaats daarvan de schuldsaneringsregeling met twaalf maanden te verlengen.
Door schuldenares is met deze verlenging ingestemd. Gedurende de verlenging zullen alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht zijn.
Indien schuldenares niet 32 uur per week werkzaam is, dan benadrukt de rechtbank dat schuldenares dient te solliciteren conform de regels van de wettelijke schuldsanering. Schuldenares dient hierbij de instructies van de bewindvoerder op te volgen. De juiste invulling van de inspanningsverplichting is inmiddels meerdere keren uitgebreid met schuldenares besproken. De rechtbank benadrukt dat zij schuldenares nu een allerlaatste kans biedt om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenares stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.
Benadrukt wordt dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet Pro) ook vermogensbestanddelen die schuldenares tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.

4..De beslissing

De rechtbank:
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze vijf jaar bedraagt en daarmee eindigt op 17 oktober 2024;
- bepaalt dat gedurende de verlenging alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht blijven
.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2023. [1]