Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij 23,19% aan preferente en 11,595% aan concurrente schuldeisers wordt betaald. Achttien van de negentien schuldeisers stemden in, maar één schuldeiser, [schuldeiser 2], weigerde instemming vanwege bezwaren over de vordering en de berekening van de afloscapaciteit.
De rechtbank beoordeelde dat het voorstel goed onderbouwd en door een onafhankelijke partij getoetst was. Verzoekster beschikt over een vaste baan en maakt gebruik van budgetbeheer, waardoor het voorstel het uiterste is wat redelijkerwijs van haar kan worden verwacht. De belangen van verzoekster en de meerderheidschuldeisers wegen zwaarder dan die van de weigeraar.
Daarom beveelt de rechtbank [schuldeiser 2] om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. De kosten van de procedure worden begroot op nihil en de uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.