Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- mevrouw L. Oliviera, werkzaam bij Plangroep (hierna: SHV);
- mevrouw C. de Jonge, werkzaam bij de gemeente Lansingerland.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. Dit verzoek is gedaan naar aanleiding van een vonnis van 26 oktober 2022 waarin ontruiming was bevolen.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie, omdat de ontruiming op korte termijn dreigt te worden uitgevoerd. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat verzoekster woonurgentie heeft aangevraagd en dat zij een woonkostentoeslag zal ontvangen, waardoor de lopende huurtermijnen worden voldaan. Tevens wordt budgetbeheer of beschermingsbewind besproken.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster die het vonnis wil uitvoeren. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening verlengt de huurovereenkomst en schort de ontruiming op voor zes maanden, met rapportageplicht aan schuldhulpverlening.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder voorwaarden.