Eiseres had een affectieve relatie met gedaagde waarbij de auto op haar naam stond. Na beëindiging van de relatie weigerde gedaagde mee te werken aan het wijzigen van de tenaamstelling van de auto, ondanks herhaalde verzoeken. Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde wordt bevolen zijn medewerking te verlenen aan de overschrijving van het kenteken op zijn naam, met een dwangsom bij niet-nakoming.
Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank verleent verstek en oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft vanwege oplopende boetes en schade door het handelen van gedaagde. De vordering tot medewerking wordt toegewezen met een dwangsom van €500 per dag, gemaximeerd op €5.000.
De rechtbank wijst de vordering af om het vonnis dezelfde kracht te geven als een vrijwaringsbewijs, omdat dit de Dienst Wegverkeer zou betrekken zonder rechtsgrond. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.