Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser
Inleiding
.Daarna is het onderzoek gesloten.
Rechtbank Rotterdam
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatig besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering. Het college kende een deel van de schade toe, maar wees andere posten af. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het college onrechtmatig handelde, maar dat eiser niet aan zijn verplichting voldeed om de materiële schade te beperken, bijvoorbeeld door tijdig de Belastingdienst te benaderen voor huurtoeslag en kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelasting. Ook was niet gebleken dat eiser door dementie of andere omstandigheden niet in staat was dit te doen.
Ten aanzien van immateriële schade stelde eiser dat het niet verstrekken van bijstand een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer vormde. De rechtbank vond echter dat zijn situatie niet uitzonderlijk was en dat hij met hulp van zijn kinderen in zijn primaire levensbehoeften kon voorzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees aanvullende schadevergoeding en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het college hoeft geen aanvullende schadevergoeding te betalen.