1.2Op een wijzigingsformulier van 8 januari 2019 is vermeld dat eiser per 8 januari 2019 werk heeft gevonden in Londen. Op een wijzigingsformulier van 25 januari 2019 is vermeld dat eiser per 1 februari 2019 voor een langere periode naar het buitenland vertrekt.
2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eisers de inlichtingenplicht hebben geschonden door de inkomsten uit eisers werkzaamheden in Groot-Brittannië niet te melden. Als gevolg van deze schending is een te hoog bedrag aan bijstand verstrekt en is verweerder gehouden het recht op bijstand in te trekken en de te veel betaalde bijstand terug te vorderen. De bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden is terecht per 1 februari 2019 beëindigd omdat eiser naar Somalië is vertrokken.
3. Eisers voeren aan dat eiser in de periode van 6 juni 2016 tot 1 januari 2019 niet in Groot-Brittannië is geweest. Eiser had in deze periode meerdere afspraken in het ziekenhuis in Capelle aan den IJssel en is daar ook opgenomen geweest. Voor zover er in de genoemde periode inkomsten zijn gegenereerd op naam van eiser, is dit gebeurd door een onbekende derde die zonder toestemming gebruik maakt van eisers identiteit. Eisers paspoort is in juni 2015 uit zijn woning gestolen en door de onbekende derde gebruikt om zich onder eisers naam in Groot-Brittannië in te schrijven, een creditcard aan te vragen en werkzaamheden te verrichten. Daarnaast stellen eisers dat het wijzigingsformulier van 8 januari 2019 niet door hen is ingevuld en ondertekend.
De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.
4. Op grond van artikel 17, eerste lid, van Pw doet de belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand.
Op grond van artikel 54, derde lid, van de Pw herziet het college een besluit tot toekenning van bijstand, dan wel trekt een besluit tot toekenning van bijstand in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand kan het college een besluit tot toekenning van bijstand herzien of intrekken, indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
Op grond van artikel 58, eerste lid, van de Pw vordert verweerder de kosten van bijstand terug voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid.
5. Het besluit tot intrekking van de bijstand is een voor de betrokkene belastend besluit, waarbij het aan het bijstandverlenend orgaan is om de nodige kennis over de relevante feiten te vergaren. Dat betekent dat de last om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor herziening is voldaan in beginsel op het bijstandverlenend orgaan rust.
6. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) volgt dat indien op naam en BSN-nummer van een betrokkene werkzaamheden zijn verricht en loonbetalingen zijn gedaan, in beginsel worden aangenomen dat de betrokkene deze werkzaamheden heeft verricht en de loonbetalingen heeft ontvangen.Gelet op de bevindingen uit het rechtmatigheidsonderzoek heeft verweerder aan zijn bewijslast voldaan en heeft hij mogen aannemen dat eiser de werkzaamheden heeft verricht en de loonbetalingen heeft ontvangen. Het is vervolgens aan eisers om aannemelijk te maken dat dit onjuist is.