Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser
Het Dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (verweerder)
Inleiding
Voorgeschiedenis en totstandkoming van het bestreden besluit
7 augustus 2017 is eiser langdurig ziek. Vanaf augustus 2020 zat eiser in een nieuwe periode van ziekteverlof met re-integratieverplichtingen. Eiser heeft bij zijn leidinggevende een verzoek ingediend om verlof op te nemen van 26 november 2020 tot en met 13 januari 2021. Eiser behoort tot de COVID-19 risicogroep. Eiser heeft op 12 november 2020 met de bedrijfsarts gesproken. De bedrijfsarts heeft aangetekend dat er medisch geen bezwaar is tegen het opnemen van verlof. De bedrijfsarts heeft met eiser een vervolgafspraak gemaakt voor een telefonisch consult op 14 januari 2021. Eiser is op vakantie gegaan naar Cuba. Op 14 januari 2021 heeft de bedrijfsarts tevergeefs contact proberen te krijgen met eiser. Ook zijn leidinggevende heeft die dag telefonisch geen contact kunnen krijgen. Wel reageerde eiser daarna op een whatsappbericht van zijn leidinggevende. Op 2 februari 2021 was eiser weer in Nederland.
15 februari 2021 een zienswijzegesprek tussen eiser en verweerder plaatsgevonden. Hierna heeft verweerder aan eiser een disciplinaire straf opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Dit verzuim bestond er volgens verweerder uit dat eiser de regels van het Verzuimprotocol heeft overtreden, dat hij het reisadvies voor Cuba (code oranje) niet heeft opgevolgd, dat hij niet tijdig uit Cuba is teruggekeerd en ongeoorloofd afwezig is geweest. Verweerder heeft aan eiser de disciplinaire straf van vermindering van het salaris met een bedrag ter hoogte van de laatste periodieke verhoging voor de periode van twee jaar opgelegd.
Ten aanzien van de te late terugkeer in Nederland voert eiser aan dat hij vanwege zogenaamde ‘wachtdagen’ niet reeds op 14 januari 2021 voor de werkgever beschikbaar hoefde te zijn. Eiser betoogt dat hij door overmacht op 14 januari 2021 het telefonisch contact met de bedrijfsarts heeft gemist en dat hij eveneens door overmacht - annulering van de vlucht - niet tijdig uit Cuba kon terugkeren. Verweerder had hem, gelet op het feit dat hij thuis re-integreerde, de faciliteiten moeten bieden om vanuit Cuba te werken. Tot slot voert eiser aan dat de disciplinaire straf gelet op de bijzondere omstandigheden en gelet op de persoon en het dienstverband van eiser, niet evenredig is.
Beoordeling door de rechtbank
6 december 2019, worden verwacht dat hij op de hoogte was van zijn verplichtingen in het kader van zijn ziekteverlof en re-integratie. In zoverre heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht geconcludeerd dat eiser het Verzuimprotocol niet heeft nageleefd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage I
- U dient actief mee te werken aan het oplossen van problemen die ten grondslag liggen aan