ECLI:NL:RBROT:2023:2176
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Eiseres, met de Turkse nationaliteit, had van 2016 tot eind 2019 in Nederland gewoond en bijstand ontvangen. Na vertrek naar Turkije en intrekking van haar verblijfsvergunning per 19 september 2019, keerde zij in oktober 2021 terug en vroeg zij bijstand aan. Verweerder wees de aanvraag af omdat zij in de periode van 21 oktober tot 5 november 2021 niet rechtmatig in Nederland verbleef.
Eiseres maakte bezwaar tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van de informatie van de IND, die de intrekking bevestigde. Eiseres voldeed niet aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander op grond van de Participatiewet.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen recht had op bijstand in de periode in geding, ook niet vanwege belangen van haar minderjarige dochter. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet rechtmatig in Nederland verbleef in de periode in geding.