ECLI:NL:CRVB:2019:4212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens ontbreken geldige verblijfstitel en rechtmatig verblijf
Appellant, een Griekse onderdaan, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college verleende bijstand vanaf juni 2016, maar beëindigde deze per juni 2017 vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel. De staatssecretaris stelde vast dat appellant geen rechtmatig verblijf had in de relevante periode, wat door de rechtbank gedeeltelijk werd bevestigd en gedeeltelijk vernietigd.
Het college baseerde het besluit tot beëindiging op de informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de besluiten van de staatssecretaris. Appellant voerde aan dat het college meer onderzoek had moeten doen en dat hij gelijkgesteld moest worden met een Nederlander volgens het Besluit gelijkstelling vreemdelingen, maar deze gronden werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het college mocht afgaan op de IND en staatssecretaris, dat appellant niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden voor gelijkstelling, en dat het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris geen rechtmatig verblijf opleverde. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bijstand beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van bijstand bevestigd wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.