ECLI:NL:RBROT:2023:2278
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht in civiele procedure
Op 20 maart 2022 diende verzoeker een verzoekschrift in om als getuigen te horen drie verweerders. Verzoeker werd geïnformeerd over de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift, conform artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken en artikel 282a lid 2 Rv.
Verzoeker vroeg om vrijstelling van het griffierecht en/of opschorting van de betalingstermijn, maar dit werd afgewezen. Na een kort geding tegen de Staat der Nederlanden, waarin verzoekers vorderingen werden afgewezen, bleef het griffierecht onbetaald ondanks herhaalde verzoeken.
De kantonrechter constateerde dat de termijn voor betaling ruimschoots was verstreken en dat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een onbillijkheid van overwegende aard rechtvaardigen. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, zonder verdere gelegenheid tot betaling of nadere toelichting.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.