ECLI:NL:RBROT:2023:2283
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht in civiele procedure
Op 9 oktober 2022 diende verzoeker een verzoekschrift in bij de rechtbank Rotterdam met het verzoek om als getuige te horen verweerster. De rechtbank bevestigde de ontvangst en informeerde verzoeker over de verplichting om het griffierecht binnen vier weken te voldoen, conform artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken en artikel 282a lid 2 Rv.
Verzoeker vroeg om vrijstelling van het griffierecht en/of opschorting van de betalingstermijn, maar dit verzoek werd afgewezen. Tevens werd de uitspraak in deze zaak uitgesteld in afwachting van de uitspraak in een door verzoeker aangespannen kort geding tegen de Staat der Nederlanden. Op 7 februari 2023 werd in dat kort geding de vordering van verzoeker afgewezen.
Ondanks herhaalde verzoeken heeft verzoeker het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijn. De kantonrechter constateerde dat verzoeker niet heeft gereageerd na de afwijzing van zijn verzoek om vrijstelling en na de uitspraak in het kort geding. Ook heeft verzoeker geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een onbillijkheid van overwegende aard kunnen rechtvaardigen om niet-ontvankelijkverklaring te voorkomen.
Daarom verklaarde de kantonrechter verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om getuigenverhoor wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. De beschikking is op 17 maart 2023 in het openbaar uitgesproken door mr. M.C. van der Kolk.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.