ECLI:NL:RBROT:2023:2284
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht in verzoek tot horen getuigen
Op 18 oktober 2022 diende verzoeker een verzoekschrift in om drie getuigen te horen. Verzoeker werd geïnformeerd over de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken na indiening, conform artikel 3 lid 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken en artikel 282a lid 2 Rv. Verzoeker vroeg vrijstelling en/of opschorting van betaling, maar dit werd afgewezen.
In afwachting van een uitspraak in een kort geding tegen de Staat der Nederlanden werd de beslissing uitgesteld. Op 7 februari 2023 werd het kort geding afgewezen. Ondanks herhaalde verzoeken heeft verzoeker het griffierecht niet voldaan en heeft hij geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een onbillijkheid van overwegende aard kunnen rechtvaardigen.
De kantonrechter concludeert dat verzoeker volhardt in zijn standpunt dat betaling onterecht is en ziet geen reden om hem alsnog in de gelegenheid te stellen het griffierecht te voldoen. Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het horen van getuigen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht zonder onbillijkheid van overwegende aard.