Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 6 maart 2023, met producties;
- de namens Qua Wonen toegezonden stukken uit de bodemprocedure;
- de pleitnota van Qua Wonen.
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
697,00
Rechtbank Rotterdam
Eiser huurt sinds mei 2019 een woning van Qua Wonen. De huurovereenkomst is ontbonden bij vonnis van 9 december 2022 en eiser is veroordeeld tot ontruiming. Eiser stelde hoger beroep in, met een eerste roldatum op 28 maart 2023. De ontruiming was aangezegd per 20 maart 2023.
Eiser vordert in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat het gerechtshof een eindarrest heeft gewezen. Qua Wonen verzet zich hiertegen en benadrukt haar belang bij ontruiming om de wachtlijst voor sociale huurwoningen terug te dringen en passend toe te wijzen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de uitvoerbaarheid bij voorraad niet gemotiveerd is in het vonnis, waardoor een belangenafweging moet plaatsvinden. Hierbij weegt het belang van eiser en zijn echtgenote, die medehuurder is geworden door huwelijk en vanuit huis werkt, zwaarder dan het belang van Qua Wonen. Ook is aannemelijk gemaakt dat er geen alternatieve woonruimte beschikbaar is op korte termijn.
De schorsing wordt toegewezen en Qua Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter benadrukt dat partijen voortvarend moeten procederen om spoedig duidelijkheid te verkrijgen over het behoud van de woning.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.