In deze civiele procedure stond de Franchiseovereenkomst tussen Zorg Parel en DNZB Franchise centraal. De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat DNZB Franchise toerekenbaar tekortgeschoten is jegens Zorg Parel en aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade. De omvang van de schade werd vastgesteld aan de hand van een deskundigenbericht.
De deskundige waardeerde de goodwill van Zorg Parel op €614.171, gebaseerd op de voortzetting van contractuele relaties en de beperkingen door het non-concurrentie- en relatiebeding. De rechtbank nam deze conclusies over en veroordeelde DNZB Franchise tot betaling van dit bedrag aan Zorg Parel. Diverse andere vorderingen van [naam01] c.s. en Zorg Parel, waaronder verklaringen voor recht, vergoedingen wegens ongerechtvaardigde verrijking, en aanpassing van bedingen in de Franchiseovereenkomst, werden afgewezen.
Daarnaast werd DNZB Franchise veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vorderingen in reconventie van DNZB c.s. werden grotendeels afgewezen, met een proceskostenveroordeling ten gunste van Zorg Parel en [naam01]. Het vonnis werd gewezen door mr. J.M.J. Arts en op 22 maart 2023 openbaar uitgesproken.