In deze zaak vordert eiser ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van huurachterstand, energiekosten, rente en buitengerechtelijke kosten. Eiser stelt dat met gedaagde twee nieuwe huurovereenkomsten zijn gesloten met een hogere huurprijs, welke gedaagde niet volledig heeft betaald. Gedaagde betwist dat een nieuwe overeenkomst is gesloten en stelt dat de oude huurovereenkomst met een lagere all-in huurprijs van kracht blijft.
De kantonrechter beoordeelt allereerst of een nieuwe huurovereenkomst tot stand is gekomen. Gelet op het ontbreken van ondertekening of andere aanvaarding door gedaagde wordt geconcludeerd dat geen nieuwe overeenkomst is ontstaan. De oude huurovereenkomst blijft derhalve van kracht, waarbij de huurprijs € 550,00 per maand bedraagt.
Vervolgens wordt vastgesteld dat gedaagde vanaf januari tot augustus 2022 steeds het volledige bedrag van € 550,00 heeft betaald, zodat geen huurachterstand is ontstaan. Ook de vordering voor energiekosten wordt afgewezen, omdat eiser onvoldoende bewijs levert van een aparte verrekening van deze kosten.
De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden daarom afgewezen. Omdat eiser in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.