Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 7 september 2022, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de aanvullende productie 2 tot en met 5 van [gedaagde01] ;
- de aanvullende producties 7 en 8 van Woonstad.
Rechtbank Rotterdam
Woonstad Rotterdam heeft de huurovereenkomst met de huurder ontbonden nadat de burgemeester de woning voor drie maanden heeft gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden medicatie die op Lijst I en II van de Opiumwet staan. De huurder maakte bezwaar tegen het besluit, maar de voorzieningenrechter wees dit af.
De kantonrechter stelt vast dat Woonstad terecht gebruik heeft gemaakt van haar recht tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro. Hoewel de huurder persoonlijke omstandigheden aanvoerde, zoals medische situatie en mantelzorg, wegen deze niet zwaar genoeg om de ontbinding onaanvaardbaar te verklaren.
De kantonrechter houdt rekening met de belangen van de huurder, met name zijn huisdieren, en stelt daarom een ontruimingstermijn van één maand na betekening van het vonnis vast. De huurder wordt veroordeeld de woning binnen deze termijn te verlaten en de sleutels aan Woonstad te overhandigen. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Woonstad direct tot ontruiming kan overgaan. Alle overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de huurder moet binnen één maand ontruimen.