De zaak betreft een arbeidsconflict tussen [eiser01] en Vicoma Beheer B.V. waarbij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2022 wordt betwist. [eiser01] was sinds oktober 2021 in dienst als adviseur-directie/aandeelhouder. Vicoma stelde dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd na een gesprek op 13 oktober 2022, maar [eiser01] heeft dit nooit schriftelijk bevestigd of getekend.
De kantonrechter stelt vast dat zonder schriftelijke instemming van de werknemer of een ondertekende vaststellingsovereenkomst de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan worden beëindigd. De arbeidsovereenkomst liep daarom door en [eiser01] behield zijn recht op loon. Vicoma stopte echter de loonbetaling per 24 januari 2023 wegens vermeende weigering van mediation door [eiser01]. De kantonrechter oordeelt dat mediation vrijwillig is en dat het niet meewerken niet zonder meer het loonverlies rechtvaardigt.
Daarnaast mocht [eiser01] de leaseauto gedurende drie maanden ziekte blijven gebruiken, wat Vicoma niet mocht beperken door non-actiefstelling. Vicoma had de auto onterecht op 11 november 2022 laten invorderen. De kantonrechter kent een gedeeltelijke vergoeding toe voor vervangend vervoer, rekening houdend met onredelijk hoog privégebruik.
De kantonrechter veroordeelt Vicoma tot betaling van het achterstallige loon over november 2022 tot en met 23 januari 2023, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging van 20% en wettelijke rente. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan [eiser01] toegewezen. De vordering van Vicoma in reconventie wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.