Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde01] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 oktober 2022, met bijlagen;
- het antwoord van [gedaagde02] , met bijlagen;
- de brieven van 29 november 2022 en 30 december 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van Meerdervoort van 1 februari 2023, met één bijlage.
2.De feiten
3.Het geschil
- de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde01] en [gedaagde02] te veroordelen om de woning te ontruimen;
- [gedaagde01] en [gedaagde02] te veroordelen aan haar te betalen € 5.143,60 met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.573,75 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
- [gedaagde01] en [gedaagde02] te veroordelen aan haar te betalen € 1.291,25 per maand aan huur vanaf 1 oktober 2022 tot aan de ontbinding van de huurovereenkomst;
- [gedaagde01] en [gedaagde02] te veroordelen aan haar te betalen € 1.291,25 per maand aan schadevergoeding voor elke maand dat [gedaagde01] en [gedaagde02] na ontbinding van de huurovereenkomst in gebreke blijven met ontruiming van de woning;
- [gedaagde01] en [gedaagde02] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.