Tussen eiseres, verhuurder van een bedrijfsruimte in Rotterdam, en gedaagde, huurder die een winkel exploiteert, bestaat sinds april 2022 een huurovereenkomst. Gedaagde heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, mede door financiële problemen en huurverhoging. Eiseres vordert ontruiming van de ruimte, betaling van achterstallige huur, contractuele boetes, incassokosten en de waarborgsom.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand inclusief promotie- en servicekosten €58.821,32 bedraagt en dat gedaagde de bedrijfsruimte uiterlijk 31 maart 2023 moet opleveren. De waarborgsom wordt deels afgewezen omdat het spoedeisend belang ontbreekt, gezien de aannemelijkheid dat deze na oplevering terugbetaald zal worden. De contractuele boetes worden toegewezen voor zeven maanden à €300 per maand.
De wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat de contractuele boete deze vervangt. Incassokosten worden conform het genormeerde tarief toegekend. De ontruimingsvordering wordt toegewezen vanwege de hoge huurachterstand en het ontbreken van voldoende verweer. De gevorderde dwangsom en machtiging tot zelfontruiming worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, boetes, incassokosten en toekomstige huur vanaf april 2023 tot ontruiming, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.