Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiseres01] ,
[eiseres02],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 november 2019 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het deskundigenbericht van 24 januari 2021;
- de beschikking loonbepaling van de rechtbank van 14 maart 2022, waarbij de schadeloosstelling en het loon van de deskundige drs. [deskundige01] zijn bepaald op € 5.034,72;
- de conclusies na deskundigenbericht van [eiseres01] en [eiseres02] en [gedaagde01] ;
- de antwoordakte van [gedaagde01] .
2.De verdere beoordeling
2 november 2016zijn de formele verweren van [gedaagde01] verworpen en is geoordeeld dat hij aansprakelijk is voor de schade van [eiseres01] en [eiseres02] . De rechtbank achtte de vordering onder 1 van [eiseres01] en [eiseres02] [1] toewijsbaar. Het causaal verband tussen de mishandeling en de door [eiseres01] en [eiseres02] gestelde klachten was naar het oordeel van de rechtbank op dat moment echter onvoldoende af te leiden uit de (medische) stukken. Zij achtte nader onderzoek naar de medische causaliteit nodig.
14 juni 2017is daarom een deskundigenonderzoek bevolen.
31 juli 2019geoordeeld dat als vaststaand moet worden aangenomen dat er sprake is van causaal verband tussen de mishandeling/het onrechtmatig handelen en de klachten die [eiseres01] ervaart, alsook de psychiatrische klachten van [eiseres01] en [eiseres02] .
6 november 2019heeft de rechtbank overwogen dat zij, om de omvang van de schade, die [eiseres01] en [eiseres02] hebben geleden als gevolg van de mishandeling / het onrechtmatig handelen door [gedaagde01] , te kunnen vaststellen, behoefte heeft aan deskundige-voorlichting door een verzekeringsarts.
[eiseres01], als volgt beantwoord.
[eiseres02]als volgt beantwoord.
“vuile potten”blijkt van een aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106 lid 1 onder Pro b BW.
per dag, maar vervolgens bij conclusie na deskundigenbericht uitgaat van twee uur
per week. De behoefte van twee uren
per weekheeft [eiseres01] naar het oordeel van de rechtbank, mede door de verwijzing naar het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau, voldoende onderbouwd. Uit dit onderzoek blijkt dat Nederlandse volwassenen in een relatie zonder kinderen gemiddeld 24 uur per week aan huishoudelijke taken besteden. In die 24 uur wordt rekening gehouden met de huishoudelijke taken die ook door [eiseres02] worden uitgevoerd. Bij een gelijke verdeling van huishoudelijke taken zou [eiseres01] van de 12 uur huishoudelijke taken per week die voor haar rekening komen nog 10 uur aan taken kunnen verrichten en alleen de 2 uur aan zwaardere taken voornoemd niet meer. Op het geheel van 12 uur per week, per persoon bezien is komt het genoemde aantal van twee uur voor de bovengenoemde taken de rechtbank als redelijk voor. Dat geldt niet voor de aanvankelijk gestelde behoefte van twee uur
per dag. De berekening van [eiseres01] van € 53.925,83 is dan ook niet juist.
aan [eiseres01] :
aan [eiseres02]