De vrouw, moeder van de minderjarige, vordert in kort geding dat de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond wordt veroordeeld tot het met spoed opstarten van een zorgregeling waarbij de minderjarige één uur per week contact heeft met zijn moeder. De minderjarige woont bij de vader en het contact met de moeder was al ruim vijf maanden volledig verbroken.
De rechtbank constateert dat ondanks eerdere toezeggingen door de GI het contact niet is opgestart en dat dit zorgelijk is, mede gelet op eerdere beschikking van de kinderrechter waarin overleg over de omgangsregeling werd opgedragen. De GI erkent het uitblijven van contact en biedt excuses aan. Er is inmiddels een gezinsvoogd aangesteld die spoedig actie zal ondernemen.
De GI heeft toegezegd het contact te zullen opstarten met een kennismaking op school, gevolgd door een herstelgesprek en daarna wekelijkse contactmomenten. De rechtbank veroordeelt de GI tot nakoming van deze afspraken en legt een dwangsom op van €100 per overtreding tot maximaal €5.000. Tevens wordt de GI veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.