ECLI:NL:RBROT:2023:2809
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wegens ontbreken meerkosten
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor extra verwarmingskosten (warmtetoeslag) over de periode 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat uit de overgelegde jaarrekening bleek dat eiser lagere verwarmingskosten had dan gemiddeld volgens Nibud-cijfers, waardoor geen sprake was van meerkosten.
Eiser stelde dat zijn individuele omstandigheden onvoldoende waren meegewogen en dat hij onvoldoende draagkracht had om de nabetaling van €359,62 te voldoen. Tevens voerde hij een beroep op het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het college terecht had geoordeeld dat geen bijzondere bijstand kon worden toegekend, omdat de feitelijke verwarmingskosten lager waren dan gemiddeld en het evenredigheidsbeginsel niet was geschonden.
De rechtbank stelde vast dat het besluit zorgvuldig was genomen en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Eiser kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Veling en griffier Y.W. Geerts op 23 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor warmtetoeslag wordt ongegrond verklaard omdat geen meerkosten zijn aangetoond.