ECLI:NL:RBROT:2023:2811
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor uitvaartkosten vanwege te late en onjuiste indiening
Eiseres diende op 17 mei 2022 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor haar aandeel in de uitvaartkosten van haar moeder, die op 24 januari 2021 plaatsvond. Een eerdere poging tot aanvraag op 18 maart 2021 door een budgetcoach mislukte doordat deze naar een onjuist e-mailadres werd gestuurd, waardoor het college de aanvraag niet ontving.
Het college wees de aanvraag af omdat de uitvaartkosten op het moment van de aanvraag reeds volledig waren betaald, en bijzondere bijstand niet wordt verleend voor kosten die al voldaan zijn. Eiseres stelde dat de fout van de budgetcoach niet aan haar toegerekend kon worden en dat zij door overmacht in deze situatie was gekomen. Ook voerde zij aan dat zij bijzondere bijstand wilde voor de aflossing van schulden aan derden die de uitvaart hadden voorgeschoten.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag te laat was ingediend en dat de kosten al voldaan waren, waardoor bijzondere bijstand niet mogelijk was. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres niet over middelen beschikte om in noodzakelijke kosten te voorzien, zodat artikel 13 Pw Pro een beletsel vormde. De rechtbank vond geen strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt ongegrond verklaard.