De zaak betrof de vraag of de arbeidsovereenkomst van verzoekster bij Timing Flexgroep na 25 december 2022 stilzwijgend was verlengd voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst liep van 27 juni 2022 tot en met 25 december 2022 en was het zesde contract in Fase B volgens de ABU-fasering. Een verlenging zou leiden tot een contract voor onbepaalde tijd (Fase C).
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde na de geldende ABU-fasering en dat de bepalingen in het contract geen tegenstrijdigheden bevatten. Verzoekster voerde gerechtvaardigd vertrouwen aan vanwege eerdere stilzwijgende verlengingen en late plaatsing van contracten in het digitale portaal, maar dit werd verworpen omdat zij tijdig haar rooster ontving en geen rooster voor na 25 december 2022 had gekregen.
Het verzoek tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen. Het subsidiaire verzoek tot transitievergoeding werd eveneens afgewezen omdat deze vergoeding reeds tijdens de procedure was betaald. De kantonrechter veroordeelde Timing Flexgroep tot betaling van proceskosten aan verzoekster, vastgesteld op €615,00, en verklaarde deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.