In deze civiele procedure vordert Romatho c.s. dat eiseres in de hoofdzaak, [naam eiseres], binnen vier weken bescheiden verstrekt die relevant zijn voor de beoordeling van mogelijke schendingen van een concurrentie- en relatiebeding uit een koopovereenkomst van 2014.
Romatho c.s. stelt dat aan de hand van deze documenten kan worden vastgesteld of en in welke mate [naam eiseres] en haar directeur-eigenaar inbreuk hebben gemaakt op de bedingen, met als concreet voorbeeld werkzaamheden voor NeoDrill AS Noorwegen. [naam eiseres] betwist de vordering en stelt dat er specifieke afspraken zijn gemaakt waardoor geen sprake is van schending.
De rechtbank toetst de vordering aan de voorwaarden van artikel 843a lid 1 Rv en oordeelt dat Romatho c.s. onvoldoende concreet en onderbouwd heeft aangetoond dat er een rechtmatig belang bestaat bij inzage in de gevorderde bescheiden. De enkele stelling dat er mogelijk overtredingen zijn, is onvoldoende. Ook is niet voldaan aan de vereisten dat de bescheiden betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de verzoekende partij partij is.
Daarom wijst de rechtbank het incident af en veroordeelt Romatho c.s. in de proceskosten van het incident. Tevens wijst de rechtbank Romatho c.s. erop dat zij geen verdere uitstel zal krijgen voor het indienen van haar conclusie van antwoord in de hoofdzaak.