Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam01],
1.De procedure
2.De feiten
Indien de werknemer arbeidsongeschikt is, ontvangt hij een aanvulling op de wettelijke loondoorbetalingsverplichting van artikel 7:629 BW Pro tot 100%, […]”
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds 19 februari 2018 in dienst als koerier tegen een bruto uurloon van €11,18, met toepassing van de cao beroepsgoederenvervoer. Hij viel op 13 juni 2022 ziek uit en ontving over december 2022 en januari 2023 geen salaris. De werknemer vordert in kort geding betaling van achterstallig loon, loon vanaf februari 2023, wettelijke verhoging, incassokosten en rente.
De werkgever verschijnt niet op de zitting, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter stelt vast dat de loonvordering gegrond is, mede op basis van artikel 7:628a lid 5 BW dat de vaste arbeidsomvang bepaalt. De loonvordering wordt begroot op €1.342,74 bruto per maand, met toepassing van de cao en wettelijke bepalingen.
De loonbetaling wordt toegewezen voor december 2022, januari 2023 en februari 2023, inclusief 8% vakantietoeslag en een wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW Pro. De buitengerechtelijke incassokosten van €560,05 worden eveneens toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen over het loon en de verhoging, maar niet over de incassokosten. De proceskosten worden vastgesteld op €615,00 en worden ten laste van de werkgever gebracht. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het spoedeisend belang van de werknemer.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, incassokosten en rente, met verstek verleend.